Johannes Willem – roepnaam Jo – Ooms wordt op 19 januari 1914 in Groot-Ammers geboren en hij overlijdt op 60-jarige leeftijd op 16 maart 1974 in Giessenburg.

Jo Ooms was een zeer veelzijdig mens. We kennen hem vooral als schrijver van streekromans. Deze romans hebben allemaal de Alblasserwaard als decor en specifieker Molenaarsgraaf, Brandwijk en Bleskensgraaf. Hij schreef ook enkele historische romans: De schilder van de bierkaai en Een man in de branding. Bovendien verschenen cultuur-historische uitgaven van zijn hand die ook veelal over de geschiedenis van de Alblasserwaard gaan. Dit zijn vooral boeken die voor volwassenen bestemd zijn.

Bijzonder is dat hij daarnaast ook een dertiental kinder- en jeugdboeken schreef waarvoor hij gedeeltelijk de inspiratie haalde uit zijn verhalen die hij aan de kinderen gedurende zijn jarenlange werk als zondagsschoolleider vertelde.

Hij schreef vanaf zijn veertiende jaar tot aan zijn overlijden in 1974 ruim 1.000 verhalen.

Zijn eerste verhaal kreeg als titel Zijn zwarte wereld. Dit jeugdverhaal schreef hij ter gelegenheid van een wedstrijd en hij won daarmee 37 gulden en 50 cent. Het verhaal werd gepubliceerd in dagblad De Rotterdammer. Zijn vader Arie Ooms, die daggelder van beroep was, vond het schrijven van zijn zoon maar niets. Toen Jo de prijs in ontvangst nam was zijn reactie: “Voor dat geld kun je wel drie keuen kopen.” De carrière van een kunstenaar was begonnen. Na zijn militaire diensttijd van begin 1934 tot begin 1935 werd hij op 29 augustus 1939 opgeroepen voor de mobilisatie. Hij moest zich melden in Roosendaal. Zijn werk bestond vooral uit redactiewerk voor De Soldatenkrant.

De Soldatenkrant voor Westelijk Noord-Brabant

Tussen november 1939 en mei 1940 leverde hij wekelijks diverse bijdragen aan dit blad. Hij analyseerde zelfs damwedstrijden die werden gepubliceerd.

Jo Ooms redigeerde bundels en bewerkte vertalingen, was gedurende zijn leven redactielid van talloze, vooral christelijke tijdschriften. Hij was schilder en maakte vooral veel aquarellen van zijn geliefde Alblasserwaard, hoewel hij ook tijdens zijn reizen als redacteur zijn schetsboek meenam waarin hij met enkele snelle lijnen stads- en dorpsgezichten buiten de Alblasserwaard op papier zette. Thuis aangekomen maakte hij er een aquarel van. Hij tekende en zorgde voor illustraties in vooral zijn eigen kinderboeken. Hij maakte stripverhalen voor het christelijke weekblad De Spiegel.

Als zeer betrokken lid van de Anti Revolutionaire Partij (ARP) zat hij van 1945 tot 1953 in de gemeenteraad van Soest. In de functie van ambtenaar van de burgerlijke stand sloot hij meer dan 250 huwelijken in Soest. Hij schreef in die tijd politieke bijdragen voor Nederlandse Gedachten, een blad van de ARP dat elke twee weken verscheen. Ook was hij jarenlang eindredacteur van Op Wiek voor ARJOS, de jongerenorganisatie van de ARP. Zijn politieke gedachtengoed liet hij graag tijdens de vele lezingen die hij in het hele land verzorgde horen. Hij sprak niet alleen over politieke thema’s maar was ook een graag gehoorde spreker als hij vertelde over zijn werk als schrijver. Vaak sprak hij dan over het onderwerp Schrijver, waarom schrijf je?

Vervolgverhaal in De Spiegel

Van 1939 tot 1958 woonde hij in Soest. Hier maakte hij de oorlogsjaren actief mee. Hij stond samen met enkele inwoners van Soest aan de wieg van een verzetsgroep. Hij bekleedde in deze groep een vooraanstaande rol in overvallen op onder andere kantoren waar distributiebonnen werden bewaard.

Jo Ooms was bovendien kerkelijk zeer actief. Samen met een aantal plaatsgenoten richtte hij in Soest een gereformeerde bondsgemeente op. Hij zat in het bestuur van de plaatselijke padvinders en was een getalenteerd dammer die zelfs op hoog provinciaal niveau vele prijzen in de wacht sleepte. Een tegenstander omschreef hem echter wel als een slecht verliezer! Al deze activiteiten brachten niet genoeg financiële middelen in het laadje. Hij moest er een betaalde baan naast hebben. Die vond hij als directeur van verschillende bibliotheekinstellingen. Bekend is zijn inzet voor de Christelijke Blindenbibliotheek in Ermelo waarvoor hij veel middelen binnenhaalde om tijdelijke huisvesting te realiseren.

Ooms was vanaf zijn eerste bestuursfunctie op 23 februari 1931, als secretaris van de jongelingsvereniging in Brandwijk, tot aan zijn overlijden onafgebroken lid van talloze besturen op vooral kerkelijk gebied en in het bibliotheekwezen.

Jo Ooms was niet alleen een man die van vele markten thuis was, hij was ook een man die diverse plaatsen woonde. Al snel na zijn geboorte verhuisde de familie Ooms naar Bergambacht, daarna naar Langerak en op zijn vierde jaar vond het gezin van Arie en Ariaantje Ooms onderdak in Brandwijk. Arie kreeg hier werk bij zijn zwager Willem Blom die een meelhandel bezat. Jo was het middelste van de drie kinderen van Arie en Ariaantje. Hij had nog twee zussen, Coba en Bep.In 1936 verliet Jo Ooms zijn vertrouwde omgeving de Alblasserwaard en ging naar Rotterdam waar hij bij de weduwe Annie Kleingeld-Goossens een kamer huurde. Annie had een dochter, Netty, die vijf jaar jonger was dan Jo. Het thuisfront in Brandwijk zag aankomen dat Jo een relatie met Netty zou aangaan. Het werd echter haar moeder Annie, die 25 jaar ouder was dan Jo, met wie hij op 6 oktober 1937 trouwde. Het gezin zou kinderloos blijven. De crisistijd zorgde ervoor dat de kosten van levensonderhoud te hoog werden voor Jo en Annie. Jo verloor zijn baan in Rotterdam als drukker en dat was de reden om elders nieuw werk te vinden. Dat was bij een drukkerij in Soest waar het gezin in 1939 een huis aan de Waldeck Pyrmontlaan vond. In Soest zou Jo de gelukkigste en de ongelukkigste jaren van zijn huwelijk beleven.

Foto van Jo en Annie gemaakt in Soest

Jo en Annie werden in de plaatselijke gemeenschap opgenomen. Ze hadden het goed naar hun zin totdat waarschijnlijk het leeftijdsverschil tussen Jo en Annie zijn tol begon te eisen. Jo maakte in 1956 tijdens een lezing in verpleeginstelling Zon en Schild in Amersfoort kennis met Antonia Dingena Slob, roepnaam To, die 5 jaar jonger was dan hij en ook uit de Alblasserwaard afkomstig was. Wat als een geheime relatie begon, kon niet lang verborgen blijven. Annie ontdekte de buitenechtelijke escapades van Jo en wilde met Jo Soest en alles wat ze daar samen hadden opgebouwd verlaten. Jo bezweek voor haar druk en gaf toe. Ze verhuisden in 1958 naar Velp, ogenschijnlijk ver van de plaats waar Jo en To elkaar regelmatig ontmoetten. Het was een illusie van Annie om te denken dat met de verhuizing de relatie tussen Jo en To teniet zou worden gedaan. In 1960 verliet Jo Velp en daarmee Annie, die niet wilde scheiden van Jo. Jo verhuisde alleen naar Woudenberg en had zo voldoende gelegenheid om To regelmatig te ontmoeten. Annie kreeg gezondheidsproblemen en op 11 augustus 1964 overleed zij. Dat maakte de weg vrij voor Jo en To om op 2 maart 1965, de verjaardag van To, elkaar het ja-woord te geven. Zij kozen ervoor om in Giessenburg te gaan wonen, bij de vader van To. Ook dit huwelijk bleef kinderloos. Net als in de andere plaatsen was Jo ook in Giessenburg een actief persoon die naast zijn schrijverschap allerlei functies en rollen vervulde. Samen met To verzorgden ze veel lezingen in het gehele land. In Giessenburg achter hun woning lag een zogenaamde wiel, een soort meertje dat in een ver verleden ten gevolge van een dijkdoorbraak was ontstaan. Achter deze wiel was veel ruimte voor een andere hobby van Jo: geiten fokken. Dat deed hij zeer verdienstelijk, zelfs zo dat hij bij vrijwel alle geitenkeuringen waaraan hij deelnam prijzen behaalde.

Prijs gewonnen bij een geitenkeuring

Jo Ooms, een veelzijdig mens! Jo Ooms was ook een bescheiden mens met humor. Hij had een filosofische inslag, was een gezelligheidsmens, was vriendelijk, open, warm en kon prachtig vertellen. Hij zei eens: “Ik vertel zo graag, ik ben geen literator maar een gewone verteller. “ Hij was een meester in het weergeven van sfeer. In zijn boeken, schilderijen en tekeningen spelen details en verhoudingen een belangrijke rol. Kleuren en vorm zijn in harmonie. Hij laat zichzelf in zijn werk zien. Zijn aquarellen zijn uitbeeldingen van de natuur, van het landschap, vooral van het groene hart van de Alblasserwaard en van zijn dorpsgezichten. Zij zijn vol licht en ruimte. Bij het schilderen liet hij zich inspireren door onder andere de gebroeders Maris van de Haagse School (Hollands Impressionisme).

Pentekening van een dorpsgezicht op Giessenburg.

Zijn pentekeningen zijn gemaakt met een lichtvoetige toets. In zijn boeken daarentegen zijn het vooral de mensen die in hun dagelijks leven getekend worden. Hierin heeft hij veel autobiografische elementen verwerkt. Zijn romans stellen ook het zwaarmoedige van de mens aan de orde. Waarom zwaarmoedig? Algra, eindredacteur van Nederlandse Gedachten en het Friesch Dagblad, voor de ARP lid van de Eerste Kamer, schreef in zijn in memoriam in 1974 over Jo Ooms: “Zwaarmoedig, omdat hij de mensen kende en liefhad. Zij gingen gebogen door het land over hun werk en hun zorg, gebukt onder hun schuldbesef, gehavend door vooroordelen. Hij liep naast hen.”. Ooms zei hierover zelf: “De strijd tegen het water was bij de mensen in de Alblasserwaard verinnerlijkt tot een strijd op religieus terrein.” En toch was Jo Ooms een blijmoedig mens met gevoel voor humor.

Jo Ooms geplaatst in de tijd waarin hij leefde

Hij werd geboren in 1914. Dat was het begin van de Eerste Wereldoorlog die eigenlijk grotendeels aan Nederland voorbijging. Hij leefde in het zogenaamde Interbellum, maakte de crisistijd mee van de jaren dertig van de vorige eeuw, de Tweede Wereldoorlog, de wederopbouw en de technologische ontwikkelingen die daarna volgden.

Zijn meeste boeken en verhalen spelen zich af in de periode 1900-1940. Hij geeft ons dan ook veel informatie uit die periode en laat de mentaliteit en de sociaaleconomische verhoudingen in de Alblasserwaard uit die tijd zien. Hij liet zich beïnvloeden door onder andere Abraham Kuiper, een gerenommeerd ARP-er. Elke tijd kent zijn eigen uitdagingen en zorgen.

Kunstenaars vertolken de tijd waarin ze leven. Dat gold ook voor Ooms. Hij schreef over een andere tijd dan de onze. Ook zijn kinderboeken getuigen daarvan. Hij schreef zijn boeken, verhalen en artikelen hoofdzakelijk tussen 1939 en 1974. Zijn werk wordt nog steeds gelezen, vooral door mensen die iets met die tijd hebben. Boeken die wel gedateerd zijn en ons veel leren over die periode in de ontwikkeling van de Alblasserwaard. Tussen 1956 en 1972 verschenen geen boeken van zijn hand. Dit was de periode van niet-schrijven, zijn eerste vrouw was overleden. Hij werd directeur van de Christelijke Blindenbibliotheek in Ermelo en trad in het huwelijk met zijn tweede vrouw. De nadruk lag in die tijd meer op het schilderen.

Samenleving, kunst en cultuur in de Alblasserwaard

Hoe zag de samenleving eruit in de tijd dat Ooms actief was en welke rol speelde kunst en cultuur in de samenleving? Jo Ooms had daarvan een duidelijk beeld.

De eeuwenlange strijd tegen het water heeft het karakter van de bewoners van de Alblasserwaard gevormd. Minstens drieëndertig keer kreeg de Alblasserwaard met overstromingen te maken. Dit thema komt veelvuldig voor in het werk van Ooms. Zo ook in zijn eerste roman De Korevaars (1939). De Korevaars is niet alleen een gevecht tegen het water maar ook tegen traditie en bijgeloof. De meeste romans van Ooms spelen zich af in de tijd waarin boerinnen zelf kaas maakten, de hennepcultuur nauwelijks een rol van betekenis meer speelde en melkveehouderij steeds belangrijker werd. Ooms ontleende zijn stof voor zijn romans aan zijn directe omgeving en zette deze neer in een sober geschetste context. Het is de wereld van de boer, boerin, daggelder en stoepmeid die hij weergeeft. Tot ver in de twintigste eeuw vormden boeren, middenstanders en arbeiders de drie belangrijkste sociale groeperingen in de binnenwaard van de Alblasserwaard. Vanaf ongeveer 1950 begon de grote verandering. De Alblasserwaarder is van nature een gesloten mens die zich niet gemakkelijk blootgeeft; hij loopt niet over van enthousiasme. Hij verbergt zijn gevoelens en wordt gekenmerkt door een sobere levensstijl. Hij staat daardoor minder open voor kunstuitingen.

Een schrijver van streekromans zal van de mensen die hij beschrijft één van hen moeten zijn. Is hij dat niet, dan loopt hij risico’s. Immers, een romanschrijver moet schrijven van binnenuit. Hij heeft aan optische waarneming alleen niet genoeg. Hij moet product zijn van de streek waaruit hij komt en zich kunnen inleven in de mentaliteit en in de diepste gevoelens die zijn figuren beheersen. Op die manier zal hij kunnen bijdragen tot het vastleggen van de plattelandscultuur. Een verhaal dat in een bepaalde streek speelt, is dus nog niet altijd een streekroman. Pas wanneer een romanfiguur de wezenstrekken heeft, innerlijk en uiterlijk, van de bewoner van de betreffende streek, kun je spreken van een streekroman.

Ooms was van mening dat cultuur en kunst op het platteland in die tijd anders werden beleefd dan in de stad. De plattelandsbevolking was gekenmerkt door soberheid. Boeren en schippers voelden zich afhankelijk. Het leven van een plattelandsbewoner ging niet bepaald over rozen. Er moest zwaar lichamelijk werk verricht worden. Daarom leefde hij eenvoudig en zonder overdaad. Hij stond onwennig tegenover weelde. Kunst was volgens de plattelander niet uit te drukken in nuttigheid. Iets had pas waarde voor hem als het was uit te drukken in nuttigheid, als het ergens toe diende. Wat we dus op het platteland zagen was toegepaste kunst en terug te vinden in gebruiksvoorwerpen zoals windwijzers, muurankers, uilenborden, schamels van boerenwagens (soms meesterstukjes van snij- en schilderwerk). Vaak kenmerkte het zich ook door eenvoud, bijvoorbeeld Keuls aardewerk.

De kunstenaar Ooms hield regelmatig lezingen over kunst en plattelandscultuur. Hij deed dat met overtuiging. Hij had een duidelijk mening, was lerend en informatief. Hij schreef hierover in 1949 zijn boek Kunst en plattelandscultuur. Zijn doel was de lezer te laten zien dat kunst in het dagelijkse leven van de plattelander wel degelijk een rol van betekenis kon spelen.

Professor Jojada Verrips, cultureel antropoloog, had net als Jo Ooms een heldere visie over de samenleving in de Alblasserwaard. Hij gebruikte voor zijn onderzoek over de periode 1850 tot 1970 in Ottoland een aantal streekromans van Ooms die niet alleen inzicht geven in de belevingswereld van de mensen die ze lezen en schrijven, maar ook in de soort samenlevingsproblemen dat zich voordoet in de streek waar ze zich afspelen. Een schrijver haalt zijn personen met hun namen die in de betreffende streek  voorkomen en de situaties waarin die personen terechtkomen uit zijn eigen ervaringswereld. Een dergelijke situatiebeschrijving is één van de typische kenmerken van de streekroman. De ene schrijver is hierin betrouwbaarder dan de andere. Een aardige graadmeter voor die betrouwbaarheid is de mate van precisie, waarmee de plaats van handeling wordt aangeduid. Hoe nauwkeuriger die is aangegeven des te waarschijnlijker is het dat een auteur naar het leven heeft getekend. Bij een exacte plaatsaanduiding kan hij zich nauwelijks veroorloven met volledig onwaarschijnlijke personen en situatieschilderingen te werken. Doet hij dat wel dan loopt hij het risico door zijn lezers te worden beschouwd als een fantast. Een gedeelte van de lezers van De Korevaars en zijn latere streekromans beschouwden Ooms als een fantast. Hij gebruikte weliswaar namen uit de streek, beschreef de plaats van handeling nauwkeurig maar de namen van de personen in zijn boek kwamen niet overeen met de mensen die daadwerkelijk in de boerderij gewoond hebben. In de tijd rond de oorlogsjaren las men in de Alblasserwaard niet of nauwelijks romans en vond men het lastig onderscheid te maken tussen feiten en fictie. Jo Ooms kreeg dan ook in zijn geboortestreek van velen het stempel van fantast op zijn voorhoofd gedrukt. Met zijn boeken, verhalen en schilderijen over de Alblasserwaard heeft hij echter een prachtig tijdsbeeld laten zien van dit gebied tussen 1900 en 1940.

Portret van Jo Ooms

Jo Ooms is niet oud geworden. Op 60-jarige leeftijd overleed hij in zijn slaap nadat hij de avond voorafgaand aan zijn overlijden een bestuursvergadering achter de rug had van de bibliotheek in Papendrecht. To Ooms heeft zich in de jaren na zijn overlijden opgeworpen als een ambassadrice van zijn werk en reisde het land door om hierover lezingen te houden. Haar laatste wens was, voordat ze overleed op 14 september 2005, dat de nalatenschap van Johannes Willem Ooms voor een breed publiek toegankelijk zou worden. Sinds de ingebruikname van museum Het Voorhuis in Boerderij Gijbeland te Bleskensgraaf is dit dan ook het geval.

Bronnen

  1. Boele, J., Een vracht geluk en een brok verdriet. J.W. Ooms, schrijver. Een biografische schets. Verschenen in de Nog Niet-reeks, nummer 7 van de Vereniging Herman de Man, Oudewater, 2003.
  2. Boele, J., J.W. Ooms. Een biografie. J.W. Ooms Stichting, 2010.
  3. Afbeeldingen uit archief J.W. Ooms Stichting en archief Jan Boele