De Haneveertjes

1950

De drie hoofdpersonen, die zussen van elkaar zijn, ontwikkelen zich ieder op hun eigen manier. Ine gaat op in een onmogelijke liefde en komt uit jaloezie tot een wanhoopsdaad. Ze steekt het huis van haar zus Lea in brand.

Renata loopt vast in een ziekelijk schuldbesef, terwijl het leven van Lea min of meer harmonieus verloopt. Uiteindelijk vinden ze alle drie hun bestemming: Lea in haar huwelijk, Renata in het helpen van anderen en Ine, die rust vindt in het feit dat ze vrijgezel zal blijven. Waren het in Lidia en de Erven Neuteboom drie broers die centraal stonden, in deze roman gaat het om drie zussen. Er zijn enkele parallellen tussen de beide romans. Zowel de Neutebomen als de Haneveertjes worden door hun omgeving als saai en smakeloos afgeschilderd. De oudste voelt zich verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de jongeren en komt bovendien in het begin hard en genadeloos over. Zowel de broers als de zussen hebben een aantal keren een forse ruzie over het handelen van een van hen.

Uitgifte
1950
Uitgever
Zomer & Keunig
Aantal pagina's
200